Steeds meer organisaties gebruiken social return om meer te doen dan alleen winst maken. Het concept draait om het creëren van werk en kansen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en wordt vooral bij overheidsaanbestedingen steeds vaker expliciet meegenomen.
Hospitality Group licht in een insight toe wat social return inhoudt, hoe de aanpak in aanbestedingen kan worden verwerkt en op welke manier organisaties er invulling aan kunnen geven. Daarbij gaat het onder meer om mensen met een WW-, WIA-, IOAW- of IOAZ-uitkering, niet-uitkeringsgerechtigde werkzoekenden en jongeren zonder startkwalificatie.
De overheid is volgens het artikel al langer een belangrijke aanjager. In het Sociaal Akkoord van 2013 is afgesproken dat het bedrijfsleven richting 2027 honderdduizend extra banen creëert voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, terwijl de overheidssector daarbovenop 25.000 banen voor zijn rekening neemt. Die Banenafspraak heeft volgens de bron invloed op het overheidsbeleid en op de manier waarop publieke organisaties hun inkoop organiseren.
Verplichte minimumeis bij rijksaanbestedingen
Bij rijksaanbestedingen voor diensten of werken boven de 250.000 euro is social return inmiddels een verplichte minimumeis. Die eis wordt vaak ingevuld als 5 procent van de loonsom of de opdrachtsom. Sommige ministeries hanteren een lagere drempel: bij BZK, VWS en BZ geldt 140.000 euro en bij SZW zelfs 50.000 euro.
Social return kan in aanbestedingen worden opgenomen als minimumeis, als gunningscriterium of als combinatie van beide. Als het een minimumeis betreft, moet een inschrijving eraan voldoen; bij een gunningscriterium beïnvloedt het de score. Zonder een doordacht plan kan dat direct gevolgen hebben voor de beoordeling van een aanbieding.
Hoe de waarde wordt bepaald
Volgens Hospitality Group kan van opdrachtnemers worden gevraagd om bijvoorbeeld 25.000 euro aan social return te besteden. Om die waarde te bepalen, wordt vaak de bouwblokkenmethode gebruikt. Daarbij worden doelgroepen gekoppeld aan vaste waarden, zodat een realistische afspiegeling ontstaat van de kosten die een opdrachtnemer maakt bij de inzet van iemand uit de doelgroep.
Een andere manier is het meetellen van de werkelijke kosten die een opdrachtnemer maakt, zoals brutoloonkosten en eventuele begeleidingskosten. Ook facturen voor producten of diensten van sociale organisaties kunnen meetellen.
Vier manieren om social return toe te passen
Hospitality Group noemt vier praktische routes om social return in de bedrijfsvoering vorm te geven. De eerste is arbeid: mensen uit de doelgroep een plek geven binnen de organisatie, bijvoorbeeld via functieaanpassing of structurele functiecreatie.
Daarnaast kunnen organisaties een deel van het projectbudget reserveren voor maatschappelijke activiteiten, hun eigen expertise inzetten voor sociale doelen of bewust inkopen bij leveranciers die maatschappelijke waarde creëren. In het artikel worden onder meer sociale ondernemingen als Brownies & Downies, Heilige Boontjes en De Koekfabriek genoemd.
Volgens Peter Vos, die door Hospitality Group wordt aangehaald als ervaringsdeskundige op het gebied van inclusief werkgeverschap, begint het altijd met een analyse van wat bij de eigen organisatie past. Hij wijst erop dat een klein bedrijf andere stappen zet dan een groter bedrijf en dat het belangrijk is om ambassadeurs binnen de organisatie te hebben die het onderwerp dragen en nieuwe mogelijkheden zoeken.
Vos stelt verder dat social return niet alleen als verplichting moet worden gezien. Volgens hem draait het om waardecreatie en om het toevoegen van iets, in plaats van het uitputten van waarde.
Bekijk de bron